Beroerte

Beroerte

Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling onderbroken wordt, spreekt men van een beroerte. Er kan dan sprake zijn van een hersenbloeding, van een herseninfarct of van een TIA. Doordat er geen bloed meer komt in een deel van de hersenen, functioneert een deel van de hersenen niet meer. Meestal treden er verlammingen op

De gevolgen kunnen zijn:

  • Verlamming. Na een beroerte heeft meer dan 80% van de gevallen één of meerdere verlammingen. De verlammingen na een beroerte in de grote hersenen beperken zich altijd tot één kant van het lichaam. We spreken dan van een halfzijdige verlamming of hemiplegie.
  • Gevoelsstoornis. De gevoelsstoornissen zijn halfzijdig en treden vrijwel altijd op aan de kant van de verlamming (geen pijn, kou en warmte, aanrakingen of niets meer voelen. Of constant prikkelingen of tintelingen voelen.
  • Verwaarlozing (neglect). Iemand met verwaarlozing of neglect heeft geen aandacht meer voor één kant van zijn lichaam en voor de omgeving aan deze kant van zijn lichaam. Één kant van het lichaam bestaat niet meer. Hij is zich er niet van bewust..
  • Stoornis in het zien (hemianopsie). Bij hemianopsie is een deel van het gezichtsveld wazig. In beide ogen is hetzelfde stukje aan de linker- en rechterkant van het gezichtsveld weggevallen door beschadiging van de oogzenuw.
  • Het onvermogen om jezelf uit te drukken (afasie). Afasie is een spraakstoornis. Iemand met een spraakstoornis spreekt moeilijk, bij afasie is de functie van het taalcentrum in de hersenen verstoord. Iemand kan moeite hebben van het vinden van de juiste woorden of de verkeerde woorden gebruiken.
  • Het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren (apraxie). Iemand kan in woorden uitdrukken hoe hij iets moet doen, maar hij kan het niet uitvoeren. Dit onvermogen is niet het gevolg van verlamming, gevoelsstoornis of verwaarlozing.
  • Pijn. Pijnklachten kunnen zijn gewrichtspijn, gezwollen of koude benen aan de verlamde of verwaarloosde kant en drukpijn. Pijnklachten die het gevolg zijn van een gevoelsstoornis kunnen heel hardnekkig zijn. Iemand heeft het gevoel dat hij zich verbrandt heeft of constant met naalden in een arm of been wordt gestoken.
  • Snelheid van handelen. Tempo van informatie verwerking kan vertraagd zijn.
  • Vergeetachtigheid. Bij geheugenproblemen wordt informatie sneller vergeten.
  • Concentratieproblemen. Achteruitgang in de concentratie.
  • Stemmingsveranderingen. De stemming kan veranderen. Sommige mensen trekken zich terug en zijn somber. Anderen kunnen hun emoties niet in bedwang houden, ze zijn snel kwaad of lachen en huilen terwijl daar geen aanleiding voor is.
  • Vermoeidheid. Na een beroerte klaagt bijna iedereen over vermoeidheid.
  • Depressie. Het is belangrijk om deze gevoelens bij iemand te herkennen. Bij een depressie is iemand niet gemotiveerd voor revalidatie. Een depressie maakt het leven voor de betrokkenen extra moeilijk.
  • Verwerking van de beroerte. Mensen hebben vaak veel problemen bij het verwerken van een beroerte. Dat heeft te maken met het besef dat het lichaam het volkomen onverwacht heeft laten afweten.

Doordat er na een beroerte vaak sprake is van moeilijkere communicatie (met de omgeving), gedeeltelijk verlies van het gezichtsveld en fysieke problemen, kunnen mensen problemen krijgen. Zo kan men door (gedeeltelijke) invaliditeit in de ziektewet belanden, sociale contacten kunnen minder worden en ook de familie kan heel wat te stellen krijgen met de patiënt waardoor daar druk ontstaat of schuldgevoelens ontstaan.

Wat kan ergotherapie voor u betekenen

Een ergotherapeut kijkt in hoeverre iemand zich kan redden, huishoudelijk werk kan verrichten of misschien ander werk. Hij gaat na wat de beperkingen zijn die iemand heeft door zijn handicap. Vervolgens traint hij met de patiënt de vaardigheden zodat hij een zo zelfstandig mogelijk leven kan leiden. Zo nodig adviseert hij extra hulpmiddelen of voorzieningen die in het huis aangepast moeten worden. De ergotherapeut kan met u trainen om te leren omgaan met hulpmiddelen en/of voorzieningen.