Beroerte

Beroerte

Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling onderbroken wordt, spreekt men van een beroerte. Er kan dan sprake zijn van een hersenbloeding, een herseninfarct of een TIA. Het functioneren van de hersenen verandert door de beperkte bloedvoorziening.

De gevolgen kunnen zijn:

  • Verlamming. De verlamming treedt op aan één zijde van het lichaam. De verlamming kan geheel of gedeeltelijk zijn en kan zich (deels) herstellen.
  • Gevoelsstoornis. De gevoelsstoornissen zijn tevens halfzijdig. Denk aan continue prikkelingen, geen pijn, kou en warmte, aanrakingen of niets voelen.
  • Verwaarlozing (neglect). Iemand met verwaarlozing of neglect heeft geen aandacht meer voor één kant van zijn lichaam en voor de omgeving aan deze kant van zijn lichaam.
  • Stoornis in het zien (hemianopsie). Bij hemianopsie is een deel van het gezichtsveld wazig. In beide ogen is hetzelfde stukje van het gezichtsveld weggevallen door beschadiging van de oogzenuw.
  • Het onvermogen om jezelf uit te drukken (afasie). Afasie is een spraakstoornis. Iemand met een spraakstoornis spreekt moeilijk, bij afasie is de functie van het taalcentrum in de hersenen verstoord. Iemand kan moeite hebben van het vinden van de juiste woorden of de verkeerde woorden gebruiken.
  • Het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren (apraxie). Iemand kan in woorden uitdrukken hoe hij iets moet doen, maar hij kan het niet uitvoeren. Dit onvermogen is niet het gevolg van verlamming, gevoelsstoornis of verwaarlozing.
  • Pijn. Pijnklachten kunnen zijn gewrichtspijn, gezwollen of koude benen aan de verlamde of verwaarloosde kant en drukpijn. Pijnklachten die het gevolg zijn van een gevoelsstoornis kunnen heel hardnekkig zijn. Iemand heeft het gevoel dat hij zich verbrandt heeft of constant met naalden in een arm of been wordt gestoken.
  • Snelheid van handelen. Tempo van informatie verwerking kan vertraagd zijn.
  • Vergeetachtigheid. Informatie wordt sneller vergeten.
  • Concentratieproblemen. Achteruitgang in de concentratie.
  • Stemmingsveranderingen. Sommige mensen trekken zich terug en zijn somber. Anderen kunnen hun emoties niet in bedwang houden, zijn snel kwaad of lachen en huilen terwijl daar geen aanleiding voor is.
  • Vermoeidheid. Er is vaak sprake van algehele vermoeidheid.
  • Depressie. Er is vaker sprake van sombere gevoelens.
  • Verwerking van de beroerte. Mensen hebben vaak veel problemen bij het verwerken van een beroerte. Dat heeft te maken met het besef dat het lichaam het volkomen onverwacht heeft laten afweten.

Wat kan ergotherapie voor u betekenen

Een ergotherapeut kijkt in hoeverre iemand zich kan redden, huishoudelijk werk kan verrichten of misschien ander werk. De ergotherapeut gaat na wat de beperkingen zijn die iemand heeft door zijn handicap. Vervolgens traint hij met de cliënt de vaardigheden zodat hij een zo zelfstandig mogelijk leven kan leiden. Zo nodig adviseert hij hulpmiddelen of voorzieningen die in het huis aangepast moeten worden. De ergotherapeut kan met u trainen om te leren omgaan met hulpmiddelen.